Skip to content →

Hoe de Jezus van Jesus Christ Superstar het theater veroverde

De musical Jesus Christ Superstar is dit jaar opnieuw te zien in Groningen, Amsterdam en Den Haag. Ook dit jaar speelt de 76-jarige Ted Neeley de rol van Jezus – wat hij al meer dan 5000 keer gedaan heeft. Neeley noemt zichzelf altijd ‘an ordinary drummer from Texas’ die toevallig goed kan zingen, maar voor fans is hij meer dan dat.

In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, is er in Nederland religie in overvloed – zolang we bereid zijn om verder te kijken dan wat we traditioneel onder religie verstaan, namelijk kerkelijk georganiseerde religie (die er overigens ook nog steeds is), en bereid zijn om onze gebruikelijke opvattingen over wat we onder religie verstaan, los te laten. In mijn eigen onderzoek zoek en vind ik religie in een wereld die door velen geassocieerd wordt met plat vermaak en entertainment: populaire cultuur, de wereld van film, videogames, sport, dance festivals, pop en rock, Youtube, Instagram, beroemdheden, talentenjachten en, jawel, musicals.

Zijn musicals religieus? Misschien niet op het moment dat religie gedefinieerd wordt in termen van geloof in God, dat gevierd, beleefd en beoefend wordt in een geloofsgemeenschap. Dat type religie is te vinden in de kerk of de moskee, maar niet vanzelfsprekend in het theater. Maar als we wat verder kijken dan deze sterk door het christendom beïnvloedde definitie van religie, dan kijken we misschien ook wel met andere ogen naar musicals, en kunnen we mogelijk ook instemmen met de Schotse theoloog en musical-kenner Ian Bradley, die stelt dat ‘(…) de musical (…) een belangrijke theologische inhoud en een spirituele dimensie heeft, die veel mensen voorziet in een ervaring die werkelijk beschreven kan worden als religieus én entertaining’ (Bradley 2004, 3).

Wat maakt de musical dan precies religieus? Het kan de religieuze inhoud zijn (denk aan Joseph, Godspell, Bernadette, misschien zelfs wel The Lion King). Of het feit dat musicals bol staan van religieuze thema’s als overgave, verlossing, verlies, troost, zin, vertrouwen, schuld, lijden. Dat musicals, net als religieuze tradities, voorzien in mythes: verhalen over oorsprong en toekomst, goed en kwaad, zin en leegte, afkomst en bestemming, hoop en wanhoop, angst en moed. Deze verhalen zijn ‘it could be otherwise stories’: ze tonen alternatieve werelden, werelden die anders zijn dan de echte wereld, en daarmee dragen ze een eigen wereldbeeld met zich mee – wat ook het geval is met de mythes van de grote wereldreligies. Dat musicals, net als religieuze tradities, een set van morele waarden bieden en een onderscheid tussen goed en kwaad aanbrengen. Sacralisering (het goede tot iets ultiems maken) en demonisering (het slechte als zodanig benoemen en uitdrijven) maken onderdeel uit van de musical. Uitvoeringen van musicals, vervolgens, hebben wel wat weg van een kerk: er is sprake van een – weliswaar tijdelijke en wellicht ‘lichte’ – gemeenschap van mensen die zich laten inspireren door mythische verhalen, zich mee laten voeren door de muziek, en participeren in het ritueel. En musicals, tenslotte, roepen ervaringen op die niet zelden als religieus geduid worden: de ervaringen van vervoering, het sublieme, het transcendente.

Deze aspecten zijn wellicht niet in alle musicals aanwezig – maar ik bespeur ze wel degelijk in de musical (of eigenlijk moet ik zeggen: rock opera) die al ruim vier decennia lang wereldwijd populair is, en dit jaar opnieuw een aantal keren wordt opgevoerd in theaters in Nederland: Jesus Christ Superstar. Dat veel van de religieuze dimensies die ik hierboven noem, een rol spelen in deze musical, hoeft geen verrassing te zijn: de musical gaat immers terug op een klassiek religieus verhaal, het leven en de dood van Jezus. Met dat verhaal dienen zich tal van religieuze thema’s aan als overgave, lijden, dood, vertrouwen, geloof, zin, goed en kwaad. De musical geeft vervolgens een eigen mythische draai aan het oorspronkelijke verhaal: de Jezus van Jesus Christ Superstar is een teleurgesteld, getormenteerd, haast cynisch mens met veel twijfels over God. Voor velen was en is juist deze Jezus zo overtuigend: het is een menselijke, ‘meer plausibele’ (Goodacre) Jezus.

Maar het meest opvallende religieuze aspect treffen we aan onder fans van Jesus Christ Superstar en de charismatische ‘Jezus’ van deze musical: Ted Neeley. De fans die wij gesproken hebben tijdens ons onderzoek naar Ted Neeley fandom vertoonden duidelijke trekken van wat in de literatuur ‘celebrity worship’ wordt genoemd, de ‘verering van beroemheden’ – waarbij het hier ons inziens om een heel bijzondere vorm van celebrity worship gaat: één waarin de persoon van Neeley en de persoon van Jezus in elkaar overlopen. Neem het volgende citaat, een reflectie van één van de fans die wij gesproken hebben naar aanleiding van een op mijn universiteit georganiseerde Q&A en fan meeting met Neeley:

Ik zat te kijken. Ik stond erboven en iedereen ging naar ‘m toe – huilen en huggen. En ik dat echt: “Dit is gewoon het tafereel van toen Jezus hier ook was.” Ik weet niet hoe anderen… Ik bedoel, ik heb nog nooit op die manier een grote ster ontmoet; ik weet niet hoe andere fans reageren. Maar dit leek echt op, ja, als Christus verscheen in een stad kwamen de mensen huilend op hem af. En dat zag ik nu ook.

Als onderzoekers zagen wij dat ook: mensen waren emotioneel, sommigen huilden, anderen zochten Neeley op om hem aan te raken en door hem aangeraakt te worden.

Een andere fan, ook aanwezig bij diezelfde ontmoeting, stelde:

Hij is ook een beetje Jezus geworden door ‘m zo vaak te spelen. En ik vind het ook heel leuk, omdat… Het doet mij ook denken aan het idee van imitatio Christi. Dat als Jezus… En ik denk dat dat bij hem zeker iets is. Dat ‘ie die vredigheid en die rust en die energie die hij heeft, dat is ook, ja, omdat hij zich naar dat beeld heeft gevoegd, op een bepaalde manier. En dat straalt ‘ie dan ook weer terug.

Een derde fan benadrukte na deze meeting het menselijke karakter van de Jezus van Jesus Christ Superstar, waaraan ik hierboven reeds refereerde:

Nou, juist omdat het zo menselijk is, kun je ermee, zeg maar, relaten en dan… Ja, anders heb je gewoon een boek, de bijbel, en dan lees je dingen en dan denk je: “Ja, het zal wel.” En nu kun je je gewoon dingen voorstellen. Dat is gewoon… Het is makkelijker – in elk geval voor mij. Ja, ik ziet Ted Neeley ook gewoon als Jezus; als ik aan Jezus denk, dan zie ik meteen zijn gezicht voor me. Ja, gewoon het kunnen verwezenlijken van lettertjes die duizenden jaren oud zijn. Ik denk dat dat een hele grote factor is, daarin.

Voor een vierde fan maakte de Jezus van Jesus Christ Superstar (den film, in zijn geval) ‘God toegankelijk’, zo blijkt uit zijn ‘getuigenis’, dat in veel opzichten een evangelisch bekeringsscript volgt:

Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in religie – m’n ouders niet, maar ik wel. En als je dus kijkt naar de kerk, dat is… staat zo ver-van-je-bed-show – toen. Nu heb je wat modernere. En dan zie je dit; hier kan ik mee connecten. En hij zegt: “Jezus was een hippie,” maar ik denk: “de originele Jezus was ook een rebel, want hij ging tegen de gevestigde orde in.” En daarom is die combinatie zo goed. Want de hippies toen gingen tegen de … Geen oorlog, hè? Vrede, liefde… En eigenlijk geloof ik ook heel sterk dat de originele boodschap van Jezus ook zo was. Maar dat hoorde je niet in de kerken. Dan was het: “Je moet zo en zo leven; en dit en dat en dat en dit” – allemaal regeltjes. En hier zie je een man die opkomt voor de prostitué en zegt van: “Ja, als jij oordelen wilt… Degene zonder zonde mag de eerste steen werpen.” Dat staat in datzelfde boek wat ze in die fanatieke religieuze organisaties staan. Maar dat hebben ze niet… Het is kwijtgeraakt, op de een of andere manier. Niet alle kerken, maar de dingen waar ik contact mee krijg. En nu zie je gewoon… Voor mij was het: “Dít is de Jezus waar ik wel in wil geloven.” Want hij maakt, ja, hij maakt God toegankelijk. Als dit Jezus is, zo, zo’n hippie, die cool is, die opkomt voor de zwakken, tegen oorlog is en eigenlijk, ja, de discipelen snapten er geen bal van, nou ja, niet begrepen dus – dat is dus een persoon die ik dan wel wil volgen. En dat heb ik ook 19 jaar… toen ik 19 was heb ik dat ook heel bewust gedaan – naar aanleiding van deze film. En ik denk… Ik bedoel: mijn leven was behoorlijk moeilijk thuis – daar ga ik niet in details – maar ik zat behoorlijk in de put en toen heb ik echt voor het eerst gebeden van: “God, help me.” Met die Jezus in gedachten. En naar mijn ervaring heb ik die hulp ervaren. En nu ben ik dertig jaar later. Toen heb ik ‘m een kans gegeven en nu, dertig jaar, geef ik ‘m nog steeds. En ik denk als ik dat niet had gedaan, nou, dan was het heel anders met me afgelopen. Daarom is die film zo belangrijk, want ja, nu heb ik een vrouw, ‘k heb twee kinderen… Maar ik denk dat als ik die donkere pas was ingegaan, waar je dus als kind als kind naartoe gaat als je een hele moeilijke situatie – dat hoor je heel vaak. Dan ga je aan de drugs, hè, je krijgt problemen, verkeerde vrienden. En ik heb toen echt een keus gemaakt van: “Oké, ik ga dit niet doen. Ik kies dus…” En het is niet makkelijk geweest – ’t is nooit makkelijk, maar iedere keer denk ik als het moeilijker wordt is het die Jezus en dan is het die Ted Neeley…

Zoveel wordt duidelijk uit deze en andere interviews met fans: Jesus Christ Superstar is voor fans meer dan puur entertainment; de musical is, om met Bradley te spreken, zowel entertaining als religieus; en Ted Neeley is meer dan ‘an ordinary drummer from Texas’.     

De publicatie van de resultaten van het onderzoek naar Ted Neeley fandom is verschenen in het International Journal of Practical Theology (Joren IJzerman & Johan Roeland, ‘What’s the buzz? Celebrity Worship and Fandom Experiences of Ted Neeley (Jesus Christ Superstar), International Journal of Practical Theology 23 (1) 2019, 57-77).

Published in blog