De slechte verliezer is de echte verliezer

Voetbal is maar een spelletje. En tegelijkertijd is het zoveel meer dan een spelletje. Voetbal is ook een mini-samenleving, waar datgene wat in het groot zo vreselijk ingewikkeld is, samenleven, in het klein beoefend wordt. En dat is af en toe niet minder ingewikkeld.

Afgelopen zaterdag, half elf, uit tegen aartsrivaal Lekvogels. Onze jongens staan met 0-1 voor als de scheids een volstrekt netjes uitgevoerde sliding op de bal beoordeelt als een overtreding. Als grensrechter protesteer ik, maar de scheids is niet te vermurwen. Het wordt 1-1. Onze jongens, die de betere eerste vijf minuten hadden, zijn van slag, en even later valt de 2-1. En het komt niet meer goed. Tot overmaat van ramp besluit de scheids, bij een 2-3 achterstand, de gelijkmaker te beoordelen als buitenspel, op basis van een grensrechter die past vlagt als de bal in het net ligt – terwijl er een tegenstander op de achterlijn stond. Het ligt nooit aan de scheids, pleegt men dan te zeggen, maar in dit geval lag er toch wel veel aan de scheids – die, zo bleek later, de opa van een van de jongens van Lekvogels was.

En dan komt dat stukje samenleven om de hoek kijken. Want dat valt op dat moment niet mee. Een aantal ouders lukt het sowieso al niet: luid tierend lopen ze het veld af en snauwen de scheids ‘jij zal lekker slapen vannacht’ toe. Als grensrechter kan ik het ook niet laten om, met een ferme handdruk weliswaar, de scheids erop te wijzen dat zijn aandeel erg groot was in deze wedstrijd, en dat de hele wedstrijd schijn van corruptie had. Zo. En uiteindelijk lukt het de jongens ook niet erg: de een huilt, de ander haalt verhaal bij de scheids. En laat duidelijk zijn: ze zijn onrechtvaardig behandeld. En ondanks dat ze ook niet best hebben gespeeld, is het deze keer niet zo gek dat ze het verlies aan de scheids toeschrijven.

Maar waar het samenleven dan echt fout gaat, is op het moment dat onze jongens het veld aflopen zonder de tegenstander een hand te geven. Dat is een ongeschreven, en misschien ook wel een geschreven regel in het voetbal: je loopt altijd het veld af met een handdruk. De handdruk geeft uitdrukking van respect voor je tegenstander, maakt het soms verhitte spelletje weer wat menselijker, en, zeker in het geval van deze derby, zorgt ervoor dat twee buurdorpen enigszins met elkaar in gesprek blijven.

De handdruk hoort erbij. Je bent een slechte verliezer als je zonder handdruk de kleedkamer in gaat. En meer nog: zonder handdruk verlies je niet alleen van je tegenstander, maar ook van jezelf. Je laat dan je laatste stukje waardigheid uit handen slaan door je tegenstander, terwijl je er met een handdruk boven gaat staan.

Tijdens het middageten probeer ik dit mijn zoon uit te leggen. Dat je een slechte verliezer bent als je geen hand geeft. Mijn zoon sputtert tegen, en gebruikt woorden als ‘oneerlijk’ en ‘partijdig’. Ik zeg dat ik hem begrijp, en vervolg: ‘Het is jammer dat je op deze manier verloren hebt. En het is oneerlijk. Maar eigenlijk is het een dik compliment voor jullie, dat Lekvogels alles van stal moeten halen om van jullie te winnen. Zelfs een partijdige scheidsrechter en een partijdige grensrechter.’

Mijn zoon knikt, maar mijn vrouw kijkt me fronsend aan en vraagt: ‘Wie is hier nu de slechte verliezer? De jongens, of jij?’

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *